Rookverbod (oktober 2008)

Overtreding rookverbod: straf niet alleen de ondernemer maar ook de roker zelf
Vier maanden na het ingaan van het rookverbod maakt Tangram Advies & Onderzoek de balans op. Uit een peiling onder 850 personen blijkt dat ruim de helft van alle Nederlanders nog steeds positief is over het rookverbod. Dit geldt voor zowel jong als oud. Wel moet het rookverbod beter gehandhaafd worden en vindt men het raar dat bij een overtreding de roker zelf niet bestraft wordt.

Een groot deel van de Nederlanders van 18 jaar en ouder (43%) vindt dat restaurants en cafés die het rookverbod negeren harder moeten worden aangepakt. Een logische stap zou zijn om bij een overtreding, naast de café- of restauranthouder ook de roker te beboeten. Maar liefst 70% van de Nederlanders ziet dat als een gerechtvaardigde methode om het rookverbod te handhaven. Zelfs 47% van de rokers ziet hier de logica van in.

Cafés sinds het rookverbod: rokers blijven massaal weg, zelfs niet-rokers missen gezelligheid
Met de invoering van het rookverbod lijkt het café een deel van haar charme te hebben verloren. Zo zegt zelfs een kwart van de niet-rokers de kroeg eigenlijk gezelliger te vinden met de rokers erbij. Toch lijken horecagelegenheden sinds het rookverbod voor niet-rokers aantrekkelijker te zijn geworden. Sinds het verbod bezoekt namelijk 12% van de niet-rokers vaker een café of restaurant. Rokers zijn echter massaal afgehaakt; 40% van de rokers is nu minder vaak in het café te vinden. Per saldo is het aantal klanten voor de horeca hierdoor licht gedaald.

Niet-rokers hebben begrip voor het leed van zowel roker als kroegbaas
Niet-rokers tonen over het algemeen veel begrip voor zowel rokers als café- en restauranthouders. Zo vindt 54% van de niet-rokers dat er speciale cafés moeten komen waar gerookt mag worden (onder rokers is dit percentage 76%). Vier van de tien niet-rokers vinden ook dat de overheid horecaondernemers die door het rookverbod in de problemen zijn gekomen financieel moet ondersteunen.
Tussen rokers en ex-rokers zijn nauwelijks verschillen in redenen te vinden, waarom de overheid al dan niet de horeca moet ondersteunen. De vrees dat de lokale buurtkroeg verdwijnt, is groot bij deze groep. Daarnaast is er een gedeelte dat het rookverbod überhaupt een idioot idee vindt en daarom steun verwacht van de overheid. Bovendien ziet men bij de overheid een soort verantwoordelijkheid. De overheid heeft een probleem gecreëerd, het gevolg hiervan is dat de horeca het moeilijk heeft, dus moet diezelfde overheid het ook maar oplossen. In de kleine kroegen, waar de eigenaar geen personeel heeft, vinden sommige rokers het rookverbod ook raar. Enkele opmerkingen hierover:

  • Bij kleine kroegen waar de baas geen personeel heeft, is het belachelijk.
  • Kleine ondernemingen zullen op de fles gaan.
De groep (ex)-rokers die geen ondersteuning wil voor de horeca, geeft als redenen dat het ondernemersrisico is, de klant door de steun niet terugkomt en het probleem maar van tijdelijke aard is. Andere opmerkingen van (ex)-rokers tegen overheidssteun zijn:
  • Als ze de prijzen verlagen van consumpties er vanzelf meer mensen komen, en in Engeland is gebleken dat er geen negatieve gevolgen waren van het rookverbod.
  • Collegaondernemers opereren onder dezelfde omstandigheden.
Ook niet-rokers zien in dat de horeca hier niet om gevraagd heeft. Dit is een reden voor steun. Ze worden verplicht om eraan mee te doen en de zaak bestond al voordat het verbod er was. Een (klein) verschil is dat de niet-rokers meer lijken te voelen voor “structurele” hulp, dat wil zeggen geld voor een verbouwing, dan voor noodhulp.
Onder de niet-rokers is het aantal mensen dat geen steun wil voor de kroegen het grootst. Men noemt hier ondernemersrisico als voornaamste reden om geen steun te geven. Andere opmerkingen van niet-rokers tegen steun zijn onder andere:
  • De maatregel is al lang van tevoren aangekondigd en in het buitenland is aangetoond dat over het algemeen ondernemers geen verlies lijden hierdoor.
  • De overheid is hier niet verantwoordelijk voor.
  • Ik wil als niet-rokende belastingbetaler niet meebetalen aan zoiets.
Rookverbod op open tribunes in voetbalstadions
De Nederlander staat ambivalent tegenover een eventueel rookverbod op open tribunes in voetbalstadions. Een derde van de Nederlandse bevolking zou voor een dergelijk verbod, 27% is hier in eerste instantie op tegen.

Rokers krijgen veel sympathie van ex-rokers
Uit de resultaten van het onderzoek blijkt duidelijk dat rokers en niet-rokers zeer verschillend tegen het rookverbod aankijken. Opvallend is dat groep ex-rokers bij alle vragen en stellingen steevast een middenpositie inneemt tussen rokers en niet-rokers. De groep die het gelukt is om te stoppen met roken vereenzelvigd zich blijkbaar nog steeds met de groep die wel rookt. Gezien het grote aantal ex-rokers - 40% van de Nederlanders rookt niet meer maar heeft dat wel gedaan – zou deze sympathie met de rokende medemens op termijn het draagvlak voor het rookverbod wel eens kunnen ondermijnen.